26-09-10

Alonso dolblij, Hamilton diep verdrietig


Singapore: lange race, veel botsingen

Ferrari is terug. Of beter gezegd: Fernando Alonso is terug. In de nachtrace in Singapore hield hij de Red Bulls knap in bedwang. Luis viel voor de tweede keer op rij uit door een botsing en zag zijn titelkansen schrikbarend afnemen.

Het stratencircuit van Singapore zou de Red Bull op het lijf geschreven moeten zijn. Fattle en Webber waren dan ook de torenhoge favorieten, maar tijdens de kwalificatie is het opeens Alonso die de pole pakt. Fattle is tweede, terwijl Webber zelfs nog de McLarens voor moet laten gaan en slechts vijfde is. Daarmee staan de titelkandidaten allemaal vooraan en konden ze in een rechtstreeks gevecht laten zien wie er de baas was.

Bij de start komen ze ook goed weg. Luis, die als derde mag vertrekken, hoopte Fattle bij de start te kunnen verrassen. Als de lichten doven komt hij echter slecht weg, in tegenstelling tot Fattle, die door Alonso professioneel wordt afgehouden. Button laat zijn teammaatje maar weer voor in de eerste bocht en Webber sluit als vijfde aan.

Vooraan wordt het veld al snel uiteengetrokken, maar het heeft geen betekenis, omdat de eerste safetycarperiode al spoedig aanbreekt. Nieuwkomer Hidefeld, die Pedro de la Rosa vervangt, klapt op Liuzzi. De Italiaan zet zijn wagen met een beschadigde ophanging op een stil plekje langs de baan. Desondanks besluit de wedstrijdleiding nog voor het eerste reclameblok de safetycar op de baan te sturen. Een kwalijke zaak, want achterin gaan alle loserbakken en Felipe Massa naar de pits om hun zachte banden in te wisselen voor harde banden, waarmee ze de race zonder verdere pitstop kunnen uitrijden. Vooraan gaat alleen Webber naar de pits en hij hoopt daarmee zijn concurrenten te kunnen verslaan.

Na de safetycar snijdt Webber als een warm mes door de boterzachte drab. Achtereenvolgens haalt hij een prutser, Co Biaggi en Shoeface in. Iets verder achter hem houdt Timo Klok een heel groepje op. Achter hem ontstaan de raarste gevechten. Nico Hülkenberg heeft hierin een vreemde hoofdrol als hij Petjerov probeert in te halen en hem daarbij bijna uit de race rijdt. Subtiel profiteert en gaat de twee heethoofden voorbij, om vervolgens weer op Klok te stuiten. Die weet niet alleen een zeer acceptabel tempo neer te zetten, zijn achtervolgers kunnen hem lange tijd ook niks maken. Pas in de vijftiende ronde passeert Subtiel hem. Een ronde later houdt Klok op hetzelfde punt weer de deur wijd open en passeert Hülkenberg hem hardhandig. Klok wordt bijna van de baan gedrukt en verliest daarbij veel snelheid. De sliert auto's die achter hem gevangen zat, is er nu voorbij en Klok rijdt verder in de anonimiteit.

De race is vooraan een beetje doodgebloed. Fattle, die gewaarschuwd wordt vanwege zijn remmen, kan Alonso niet bedreigen, terwijl de McLarens het tempo vooraan totaal niet bij kunnen houden. De McLarencoureurs moeten ervoor zorgen dat ze genoeg tijd goedmaken op Webber, die vastzit achter Barrichello. De zachte banden lijken het weer aardig lang uit te kunnen houden, maar opeens storten de rondetijden van Luis in. Hij heeft op dat moment net niet genoeg voorsprong op Webber voor een veilige pitstop, waardoor hij na de pitstop achter de Australiër op de baan komt. Het is het startsein voor de koplopers om banden te wisselen. Doordat Alonso en Fattle in dezelfde ronde stoppen, blijven de posities hier ongewijzigd. Button valt na zijn stop weer terug naar de vijfde plaats.

Na de pitstops zet Fattle eindelijk druk naar Alonso, maar zijn jacht wordt verstoord door de tweede safetycarfase. Ditmaal liggen Co Biaggi en de neef van Senna eruit. Co Biaggi, die een paar ronden eerder Shoeface bijna uit de wedstrijd reed, ging er nu zelf hard af. Misschien was er iets van zijn auto afgebroken, al leek Shoefaces wagen, die bij de botsing zelfs de muur raakte, meer schade te hebben opgelopen. In ieder geval crashte Co Biaggi en werd Senna verrast door het wrak voor zijn neus, waardoor hij erbovenop klapte.

Na de safetycarfase wordt Luis opgehitst door zijn team. Zijn banden zijn beter en zijn remmen zijn in een betere conditie. Webber zou het dus zwaar gaan krijgen, helemaal als Luis zijn wagen ernaast zet. Hij is er bijna voorbij als ze een scherpe bocht aansnijden. Luis zit in de buitenbocht en stuurt in. Webber zit nog aan de binnenkant en de wagens raken elkaar. De situatie is vergelijkbaar als in Monza, toen Luis de achterste auto was en het moest ontgelden. Ditmaal was hij de voorste auto en opnieuw moest hij het ontgelden. De achterwielophanging van de fragiele McLaren brak af bij de touché en Luis kon woedend uitstappen. Het was een buitengewoon ongelukkig raceongeluk.

"He was in my blind spot, I didn't even know he was still there." Was het commentaar van de wereldkampioen van 2008.

In ieder geval betekende de tweede botsing in evenzoveel races dat hij weer geen punten scoorde. En dat terwijl Webber de race probleemloos uitrijdt. Button volgt hem als een schaduw, maar hij heeft kennelijk geen zin om een riskante inhaalactie te ondernemen.

Achterin het veld zijn weer de nodige botsingen. Zo werkt Shoeface Hidefeld uit de race, om zelf met een kapotte voorvleugel de pits te bezoeken. Kubica is in de slotfase op dreef. Hij moest een onnodige (?) pitstop maken vanwege een lekke band, maar het lijkt hem niet te deren: op nieuwe banden rolt hij het halve veld weer op. Uiteindelijk finisht hij als zevende; niet verkeerd gezien de tegenslag.

In de voorlaatste ronde vliegt Co Valainens Lotus nog in de fik. De Fin probeert nog net de start/finishlijn te halen, maar als zijn bolide tot op het koolstofvezel begint af te branden, springt hij er toch maar uit. Vervolgens gaat hij de bolide eigenhandig (en professioneel!) blussen. Het vuurwerk is dus tot het laatst bewaard.

Datzelfde geldt voor het gevecht tussen Alonso en Fattle. Pas in de slotfase dringt Fattle aan. In de laatste ronde doemen de achterblijvers op. Petjerov gaat gelukkig makkelijk aan de kant en Massa weet net te verhinderen dat hij wordt gedubbeld, waarna Alonso met nog geen drie tiende van een seconde voorsprong wint.

Door de zege rukte Alonso op naar de tweede plaats in het kampioenschap. Webber blijft aan de leiding. Zijn voorsprong is met 202 punten nog altijd 11 punten op de Spanjaard. Door zijn nulresultaten is Luis verder achteropgeraakt. Hij staat 20 punten achter Webber, terwijl Fattle (-1) en Button (-5) hem op de hielen zitten. Het kampioenschap is verder weg dan ooit voor de McLarencoureur.

Over twee weken wordt er in Japan gereden, een circuit dat de Red Bull zou moeten liggen. Dus zal Alonso daar iedereen wel weer te snel af zijn. De derde wereldtitel lonkt voor de man uit Noord-Spanje.

Gerelateerde artikelen:

Oefening, baard, kunst


BSG 1 begint met negenklapper

De KNSB-competitie is weer begonnen. Voor BSG stond er een massakamp tegen Utrecht op het programma: BSG 1 tegen Utrecht 2 en BSG 2 tegen Utrecht 3. Het bijna meesterklassewaardige BSG 1 rolde het arme Utrecht 2 met maar liefst 9-1 op, BSG 2 won met 5-3.

De KNSB-competitie betekende voor mij een onderbreking van een schaakloze periode. Die ging vijf maanden geleden in, na de laatste ronde van de KNSB-competitie. Nadat ik mijn mooie score van 4 uit 5 in de eerste klasse zag veranderen in 4½ uit 9, had ik er wel even genoeg van. Het werd de eerste zomer in lange tijd zonder schaaktoernooi(en). Bij mij leefde heel erg de vraag of ik het spelletje nog kon. Afgezien van wat schaakpartijen doornemen en wat openingen bekijken, had ik amper met schaken geoefend. Dan wil de praktijk weleens vies tegenvallen.

De tegenstander was dus Utrecht 2, op papier het zwakste team van de poule. Die wedstrijd zou toch een goed gevoel moeten opleveren voor de rest van het seizoen. Precies een jaar geleden won BSG met 8½-1½, een monsterscore. De vraag was of we dat dit keer konden herhalen of overtreffen. Dit jaar is BSG 1 namelijk versterkt met Robert Ris en is Frans Borm een basisspeler geworden in plaats van Coen van der Heijden. Die speelt samen met Ptr in BSG 2. Daarnaast is BSG 2 versterkt met de witte en Hoofd.* In ieder geval zou BSG 1 voor promotie moeten kunnen gaan en zou BSG 2 zich in ieder geval eenvoudig moeten kunnen handhaven. De eerste wedstrijd van het seizoen heeft deze voorspelling niet veranderd.

Utrecht 2 was daarentegen verzwakt ten opzichte van de toch al niet al te sterke basisopstelling. Zo speelden Gilbert Vrancken en Vincent Diepeveen niet mee. Hun invallers waren volgens mij Laura Bensdorp en mijn tegenstander, Arend van Oosten, al kan ik dat niet checken op de langzame KNSB-site. Desondanks weigerde het team te spelen in een tactische opstelling.

Waar de spelers van BSG 2 zich te goed konden doen aan taart, begonnen de spelers van BSG 1 op een lege maag. En dat terwijl de KNSB-wedstrijden doorgaans in het begin van de middag beginnen, om één uur 's middags. Daar had Le, de man met baard, niet op gerekend. Hij dacht dat de wedstrijden om twee uur begonnen. Gelukkig had broer Large door dat er iets niet klopte, waarna het ongure duo vlug naar het station toog, om nog op tijd in het DSC te komen. Zelfs Ton was op tijd. De wedstrijd begon ook ongeveer op tijd. Edwin Baart hield een kort praatje, waarna de klokken werden gestart.

Zelf had ik moeite om de opening een beetje correct te spelen. Ik kreeg een Aljechinverdediging tegen me. Na 1.e4 Pf6 2.e5 Pd5 3.Pc3!? e6 besloot ik na een tijdje nadenken maar te slaan: 4.Pxd5 exd5 5.d4 d6. Daar zat ik dan. Nu pas zag ik dat het geplande 6.f4 helemaal niet kon vanwege 6...dxe5. Dan maar weer iets anders verzinnen: 6.Lf4. Een idee was om anders maar een keer op d6 te rammen en zwarts "goede" loper te ruilen. Verder zag ik 6.Pf3 niet zo zitten vanwege 6...Lg4. Liever wachtte ik dus met de ontwikkeling van het paard. Mijn tegenstander kwam met 6...dxe5 7.Lxe5 Pc6 aanzetten en na 8.Lb5 kwam 8...Ld7?! Nu heb ik waarschijnlijk twee goede zetten, namelijk 9.De2 en 9.Lxc6, wat ik deed. Zwart reageerde verkeerd met 9...Lxc6 en na 10.De2 kon zwart kiezen of hij de c- of de g-pion weggaf. Met 10...Le7 koos hij voor de g-pion.

Kortom: ik was na tien zetten al met een pion meer uit de opening gekomen. Zoals vorig jaar al bleek, was de opening niet het sterkste punt van mijn tegenstander. Natuurlijk heeft zwart met het loperpaar nog wel wat compensatie, maar de opening heb ik duidelijk gewonnen. Het was voor mij een mooi moment om wat te gaan eten. Er was al een uur verstreken en alle spelers van BSG 1 waren nog aan het zwoegen. Een heel verschil met vroeger, zoals FM Henk zei over het niet meespelen van Coen: "Dan staan we niet na een uur al met 1-0 achter."

FM Henk bracht met een remise het eerste halfje van BSG 1 op het scorebord. Bij BSG 2 hadden de witte en Hoofd al gauw remise gespeeld. Stelletje schuivers... Hoofd was waarschijnlijk in slaap gevallen van zijn 1.d4-opening, terwijl de witte naar eigen zeggen heel blij was met de remise.

Zelf speelde ik 23 zetten lang een acceptabele partij. Misschien was het laten afruilen naar een middenspel met ongelijke lopers niet zo slim, maar in ieder geval was er maar één iemand die kon winnen. Of me dat ook daadwerkelijk gelukt was, zullen we nooit weten, want ik gaf opeens uit het niets de pion weer terug. Ik dacht de pion weer eenvoudig terug te winnen, maar daarbij miste ik dat de zwarte toren rustig via de tweede rij kon binnendringen, in plaats van dat-ie zich moest terugtrekken. Opeens kreeg zwart goede kansen en moest ik me nauwkeurig verdedigen om niet alsnog een nul binnen te slepen. Dat lukte me dan ook wel vrij simpel en op zet 34 accepteerde ik zijn remiseaanbod. In grote lijnen kon ik wel tevreden zijn over de partij, hoewel het resultaat tegenvallend was. Maar na maandenlange afwezigheid in de schaakarena is starten met een remise niet zo verkeerd, al had ik na de ontberingen van het afgelopen seizoen natuurlijk graag meteen weer gewonnen.

De stand was nog 1-1 en tijdens de korte analysesessie met m'n tegenstander (die ik na de opening amper meer serieus nam :P), kwam Large binnen. Hij speelde tegen Pieter Nieuwenhuis, al was de analyse zo mogelijk nog langer dan de partij. In de analyse werden veel leuke varianten gevonden. De partij eindigde echter in een anticlimax, toen de witspeler dacht een aardige zetherhaling te hebben gevonden, maar daarbij gewoon een stuk weggaf.

Het weggeven van stukken werd steeds meer het thema van de middag. Ook Laura Bensdorp klaagde dat ze een stuk had weggegeven tegen Frans Borm. Ze stond weliswaar niet goed, maar op deze manier eindigde ook deze partij een beetje in een anticlimax.

Bij Marcel van Os beperkte het weggeven zich tot een kwaliteit door een simpel grapje. Net als Jonathan Tan twee jaar eerder, speelde hij tegen Ton van der Heijden 10...Lb7?? in de scherpe Botwinnikvariant. Het erge was nog: hij speelde het a tempo. Ton kon daardoor met het bekende 11.Pxf7 materiaal winnen. Vervolgens werd de partij volgens de regels der kunst uitgespeeld. Het zag er allemaal ingewikkeld uit, maar met tactisch uitgekookte zetjes kreeg Ton het voor elkaar om zijn stukken te mobiliseren richting de koning. Wie weet heeft Ton met deze partij wat ontzag afgedwongen bij zijn tegenstander...

Ook bij Robert Ris ging het van een leien dakje. Hij won ergens een pion en speelde het toen snel uit naar winst. Zo'n speler hadden we eerder moeten hebben, want de andere twee betaalde krachten speelden verre van indrukwekkend. Leon Pliester heeft lange tijd niks tegen Michiel Blok en Alexander Berelowitsch heeft naar verluidt op het randje van verlies gestaan tegen Andre Bouwmeester. Uiteindelijk valt het kwartje toch weer de goede kant op: Leon krijgt een dame tegen twee torens op het bord, wint een kwaliteit en schuift het vervolgens uit. Berelowitsch bereikt een toreneindspel waarin hij een loper tegen drie pionnen heeft. Op de een of andere manier ziet hij kans zijn twee stukken te offeren om te promoveren, maar met een dame en pion tegen toren en vijf (!) pionnen lijkt wit eenvoudig remise te kunnen houden. Dat gebeurt echter niet. De wonderen zijn de wereld nog niet uit. Ditmaal was de master of construction minder van streek dan vorig jaar na zijn nederlaag tegen Leon, al had hij geen zin in een analyse van de partij.

Spannend bij Ewood was het vooral in de tijdnoodfase. Spelend tegen Jeffrey van Renswoude, die eveneens jarenlang niet meer had gespeeld, kreeg hij een Caro-Kann tegen zich. Goed dat hij de doorschuifvariant heeft laten varen. Met de gewone "open" variant scoort hij doorgaans goed, al is het verre van simpel. De hele partij ben je als witspeler bezig een miniem voordeel uit te breiden. Het zorgt er in ieder geval voor dat de spelers in tijdnood komen. Met nog enkele minuten op de klok moeten er nog heel wat zetten gespeeld worden. Ik kneep hem dan ook een beetje. Gelukkig haalt Ewood de veertigste zet, maar de stelling die resteert, ziet er niet al te gemakkelijk uit. Desondanks staat hij even later in de analysezaal en is hij een puntje rijker.

De tussenstand is dan een indrukwekkende 8-1-voorsprong. Alleen Le is nog bezig. Hij kwam prima uit de opening tegen Pieter de Groot, eveneens een oude man. Helaas liet hij het daarna liggen en kwam er een lastig eindspel op het bord. De vraag was dus of het weer 8½-1½ zou worden en die vraag bleef lang onbeantwoord.

Bij BSG 2 stonden er nog wat triviale eindspelen op het bord. Dat het team ging winnen, dat leek wel duidelijk. Coen had de twijfelachtige eer om de enige BSG'er te zijn die van een speler van Utrecht verloor. Nou had hij ook wel pech: hij speelde tegen Robert Beekman, veruit de sterkste man bij Utrecht 3. Aan de lagere borden hadden Tom de Ruiter en Nick van de Lijn, de enige speler van BSG 2 die niet bij de "teambuilding" was, omdat hij aan de lijn doet, gewonnen. Peter had een pion gewonnen en schoof vervolgens zijn tegenstander van het bord. Die wilde van geen opgeven weten en speelde in een totaal verloren stelling nog onnodig lang door. Peter, die nog meer dan een uur bedenktijd had, besloot maar even weg te lopen om zijn tegenstander het onzinnige van zijn daden te doen voelen.

Ondertussen was Slisser met een remise weggekomen en probeerde Kooijman in een toreneindspel water uit een steen te persen. Hij liet zijn a-pion echter tot a2 oprukken, waardoor hij nooit meer met zijn koning kon schuilen en de remise onvermijdelijk was. Hij probeerde nog van alles, om uiteindelijk maar remise aan te bieden, wat niet eens meteen werd aangenomen. In ieder geval won BSG 2 daardoor met 5-3, wat gezien het krachtverschil niet gek was.

BSG 1 won uiteindelijk met 9-1, doordat een ver opgerukte a-pion de ongelukkige witspeler uiteindelijk een stuk kostte. Daarmee was de prestatie van vorig jaar met een halfje verbeterd. Dat halfje was volledig te danken aan Le, die vorig jaar in het stof moest bijten. FM Henk behaalde vorig jaar eveneens "maar" een halfje. Ondergetekende, die nu dus op remise bleef steken, won toen, maar toen had hij ook twee toernooien in de zomer gespeeld. Anders had de score nog hoger kunnen uitvallen.

Achteraf waren er twee conclusies te trekken over de wedstrijd:
1) De uitslag was geflatteerd
2) De tegenstanders waren erg slecht (slechte openingskennis, extreem veel geblunder)

Kortom, in de komende wedstrijden zullen we het wel moeilijker gaan krijgen. Bijvoorbeeld tegen SOPSWEPS over twee weken, want dat is een veel sterker team.

Na afloop gingen we eten bij Lazbrazzaz, omdat de Italiaan waar we anders naartoe gingen is gesloten door wateroverlast. De bediening was snel en het eten was goed, al wil ik de volgende keer wel weer een pizza. ;)

Uitslagen

BSG [2309] - Utrecht 2 [2123] 9-1
1. A Berelowitsch g [2554] - A Bouwmeester [2230] 1-0
2. R Ris m [2420] - M van der Linde [2183] 1-0
3. La Ootes [2356] - P Nieuwenhuis f [2214] 1-0
4. L Pliester m [2355] - M Blok [2142] 1-0
5. F Borm m [2346] - L Bensdorp [2096] 1-0
6. E de Groote [2287] - J van Renswoude [2033] 1-0
7. H van der Poel f [2244] - A Schenk [2109] ½-½
8. T van der Heijden [2281] - M van Os [2041] 1-0
9. Le Ootes [2121] - P de Groot [2002] 1-0
10. J de Groote [2128] - A van Oosten [2178] ½-½

BSG 2 [2024] - Utrecht 3 [1942] 5-3
1. P Drost [2067] - H Wagenaar [1888] 1-0
2. C van der Heijden [2054] - R Beekman [2219] 0-1
3. T de Ruiter [2095] - G Verholt [1904] 1-0
4. T Slisser [2031] - C Schilt [1914] ½-½
5. C Kooijman [1984] - M Post [1882] ½-½
6. N van der Lijn [2129] - H Mulder [2004] 1-0
7. J Witkamp [1925] - O Huizer [1857] ½-½
8. W Moes [1908] - M Kerkhof [1867] ½-½

* Voor degenen die niet weten wie "hoofd" is: check dit.

Gerelateerde artikelen:
Ledz pardy!; 18-04 2010

22-09-10

Voorbeschouwing KNSB-competitie


Meesterklasseteam?

De astronomische herfst staat weer voor de deur en dat is vaak het startsein voor de KNSB-competitie. Zaterdag begint het feest alweer. BSG zal spelen in klasse 1A, de wat noordelijkere eerste klasse, die op voorhand ook iets zwakker is dan klasse 1B. BSG 1 wordt een team waarvan de liefhebbers hun vingers bij af zullen likken. Het kampioenschap is het doel. Sterker nog: in de meesterklasse zouden we helemaal niet kansloos zijn. Dit komt ook doordat de meesterklasse steeds verder uit elkaar begint te flikkeren: het gemiddelde niveau blijft redelijk constant, maar kampioen HSG wordt ieder jaar sterker en de ploegen aan de onderkant worden steeds zwakker. Daarom is het jammer dat BSG vorig jaar niet promoveerde, want met een gemiddelde teamrating van 2309 (KNSB) of 2313 (FIDE) zijn we sterker dan Caïssa en vergelijkbaar met ESGOO, terwijl Groningen (!) en Apeldoorn amper sterker zijn dan wij.

Natuurlijk is dit allemaal nog gelul om niks. Er is nog geen wedstrijd gespeeld. Altijd zijn er wel ploegen of spelers die verrassen en dus moet BSG maar afwachten of het de favorietenrol kan waarmaken. Het gat met de overige teams is ratingtechnisch overigens wel erg groot: in theorie hebben we het meeste te vrezen van Purmerend (2249), Philidor (2225) en Unitas (2220). In theorie zullen we tegen Purmerend een kansenverhouding hebben van 75-25. Opmerkelijk vind ik trouwens hoe "zwak" SMB en De Wijker Toren zijn. SMB (won in de meesterklasse van HSG) is na de degradatie blijkbaar veel spelers kwijtgeraakt.

De eerste wedstrijd is, net als vorig jaar, tegen Utrecht 2. Vorig jaar wonnen we nog met 8½-1½ en ik denk dat we dat dit jaar niet gaan overtreffen. Utrecht 2 is echter wel degradatiekandidaat nummer 1, nadat ze zich ternauwernood wisten te handhaven vorig jaar. Een ruime overwinning zou dus welkom zijn, maar het hoeft nog niet meteen de trend te zetten.

Hieronder de duels die BSG gaat spelen:

2010 september 25 Utrecht 2 (2141) t
2010 oktober 9 SOPSWEPS'29 (2199) u (D)
2010 november 20 Philidor 1847 (2225) t (!)
2010 december 11 Dr. Max Euwe (2186) u (!)
2011 januari 8 Purmerend (2249) t (!)
2011 februari 12 SMB (2171) u
2011 maart 12 Unitas (2220) t (!)
2011 april 9 De Eenhoorn (2207) u (!)
2011 mei 14 De Wijker Toren (2144) u (G)

T - Thuiswedstrijd
U - Uitwedstrijd
D - Derby
! - Belangrijke wedstrijd
G - Gezamenlijke slotronde

Team
Tot slot de spelers die het dit jaar moeten gaan doen voor BSG:

1. Alexander Berelowitsch g 2554/2574
De kopman van BSG, die zijn tweede seizoen voor BSG gaat spelen. Speelde niet altijd even overtuigend, maar was wel in alle opzichten een verbetering ten opzichte van Hans R. Ben benieuwd naar de duels tegen Reinderman, Riemersma en Assendelft.

2. Robert Ris m 2420/2416
Een sterke en jonge speler, die regelmatig toernooien lijkt te spelen. Hoewel hij de laatste jaren geen progressie heeft gemaakt, lijkt het me wel een betrouwbare kracht voor BSG.

3. Lars Ootes - 2356/2351
De normenscorer van BSG. Was afgelopen zomer weer goed op dreef. Binnenkort de vierde IM van BSG? Is wel typisch een speler die aan een hoog bord meer scoort dan aan een laag bord. Daar zou BSG zijn voordeel mee moeten doen.
 
4. Leon Pliester m 2355/2371
Een betrouwbare speler voor in de lagere klasses. Speelt soms slappe varianten uit angst dat men op hem voorbereidt, dus aan de teamleider de taak om de tegenstander iedere ronde weer te verrassen! Is vooral sterk tegen kleine kinderen.

5. Frans Borm m 2346/2388
Ben benieuwd hoe vaak hij aan spelen toekomt. Viel vorig jaar drie keer in en liet toen een goede indruk achter. Maar schaken is vergeleken bridgen natuurlijk ook een peulenschil.

6. Ewoud de Groote - 2287/2262
Na een wel heel mager schaakjaar opgeleefd in Enschede. Scoorde vorig jaar aan de lopende band punten. De FM-titel moet binnen handbereik liggen. Of wisselt hij de goede seizoenen weer met slechte seizoenen af?

7. Ton van der Heijden - 2281/2268
Opgeleefd in het jonge BSG, maar lijkt de laatste tijd een beetje in een vormcrisis te verkeren. Ook weer iemand die van hele sterke spelers kan winnen, om vervolgens weer van een enorme knoeier te verliezen. 

8. Henk van der Poel f 2244/2276
Ook weer een sterke speler, maar helaas lukt het hem nog steeds niet echt om de goede stellingen te verzilveren. Hopelijk krijgt hij dat nog onder de knie. Je bent immers nooit te oud om te leren.

9. Jesper de Groote - 2128/2065
De bordtienspeler van BSG. Gezien de opstellingen wordt dat nog helemaal niet zo makkelijk, zeker niet omdat ik al maanden geen schaakbord meer heb aangeraakt. Dat maakt me overigens wel hongerig.

10. Lennart Ootes - 2121/2161
De CM van BSG? Le kon zijn lol niet op deze zomer. Hij behaalde het ene na het andere goede resultaat. In de KNSB-competitie zal moeten blijken of het toeval was, of dat het structureel is. De concurrentie kan in ieder geval de borst natmaken.

Gerelateerde artikelen:

18-09-10

Het jubileumboek II


Alle ideeën zijn welkom

Hier de tweede versie van het verhaal voor het jubileumboek. Ik heb het inderdaad nog niet opgestuurd en suggesties zijn nog steeds welkom. De trainingen van Leon zijn nu een deel van het verhaal geworden, in plaats van dat het alleen om die trainingen ging.

De BSG-beertjes

Rond de millenniumwisseling stond de jeugd van BSG er belabberd voor. Er verschenen steeds minder jeugdspelers op de maandagavond. Ik heb het van dichtbij meegemaakt. In 1995 werd ik lid van BSG en meteen won ik een hele berg medailles in de interne jeugdcompetitie. Later kreeg ik serieuze tegenstand van onder andere Robert Flierman en Jarno Witkamp. Helaas waren er toen amper jeugdspelers meer over, waardoor de interne jeugdcompetitie werd gestopt.

Wel kreeg ik samen met Robert Flierman en Ewoud de Groote les van Eddy Sibbing. Het was in de aanloop van het NK Jeugdschaak waar Robert en ik ons in 2000 voor hadden geplaatst. BSG had dus best wat talent in huis, want je kwalificeren voor een NJK is niet iedereen gegeven. Desondanks werden we gedeeld laatste. Robert stopte niet lang daarna met schaken.

Doordat BSG de jeugd weinig meer te bieden had, weken de Bussumse schaaktalenten uit naar Baarn. Onder leiding van Pascal Losekoot floreerde de jeugdafdeling bij deze club. Zo speelde Ewoud de Groote er jarenlang in de interne en externe competitie, net als later bijvoorbeeld Robin van Kampen. Peter Drost bleef wel voor BSG in de externe competitie spelen, terwijl Jarno Witkamp het ene jaar voor BSG en het andere jaar voor Baarn speelde. BSG had de jeugdspelers misschien niet zo veel te bieden, maar de volwassenen wel. Dit had vooral te maken met BSG 1, dat al "sinds mensenheugenis" in de hoogste klasses van de KNSB-competitie speelde. Naarmate de spelers ouder en sterker werden, kozen ze dus weer voor BSG.

Vijf jaar Leon Pliester 
Het was de zomer van 2004. Het was zowel overdag als 's nachts bloedheet tijdens het Open Nederlands Jeugdkampioenschap (ONJK) in Hengelo. Zelfs in de kelder van het huisje waar we overnachtten was het amper uit te houden. Hier hoorde ik voor de eerste keer de naam Leon Pliester. Peter Drost vertelde enthousiast de mooiste verhalen over de nieuwe trainer. De enorme collectie anagrammen is me hiervan nog het meeste bijgebleven.

In het begin van het schaakseizoen kreeg ik de trainer dan ook echt te zien. Hij zou Peter, Ewoud en mij les gaan geven. Het was natuurlijk de bedoeling dat we uiteindelijk vaste spelers van BSG 1 zouden worden. Ewoud was naar BSG teruggekomen, omdat hem een plaatsje in het eerste was beloofd. Peter en ik waren goed genoeg voor BSG 2. Daarnaast hadden we al een aantal keren voor BSG 1 ingevallen. Dat beviel Peter wel, hij had een fraaie score als gelegenheidsinvaller.

De trainingen werden in het begin bij Tom de Ruiter thuis gegeven. Er stond een tafel opgesteld met drie schaakborden. Vaak stonden er interessante stellingen op het bord, die bij navraag van het correspondentieschaak afkomstig bleken. De trainingen gingen vaak over het eindspel, een onderdeel dat Leon goed beheerst. Daarnaast kwamen er ook openingen en middenspelen met rare materiaalverhoudingen aan bod.

Zeker in het eerste jaar was ik onder de indruk van het denken van zo'n sterke speler. Het was een heel verschil met hoe ik het spelletje benaderde. Ik was iemand die schaken meer zag als ganzenbord of monopoly. De ene keer won je, de andere keer verloor je. Door Leon ben ik het spel wetenschappelijker gaan benaderen. Hij was constant op zoek naar de overwinning en daardoor was hij in staat kleine voordeeltjes om te zetten in volle punten. Het onverzettelijke werkte inspirerend.

Hoewel Leon dat jaar 7 uit 9 scoorde aan de hoogste borden, was het niet genoeg om de historische degradatie te voorkomen. De onfortuinlijke degradatie, met 7 matchpunten en 42½ bordpunt, was een schok voor heel schakend Nederland. Ook BSG ondervond de consequenties: de oude meesters zoals Dick van Geet en Kick Langeweg vertrokken, onder andere omdat de tweede klasse niet meer interessant was voor ze.

Speelden er in het degradatiejaar nog zeventien verschillende spelers voor BSG 1, na de degradatie waren het er nog maar tien. We speelden dus veel meer met een vast team. Peter promoveerde naar het eerste team en ik werd de eerste invaller. Promotie was in ieder geval het doel, maar het ging in de slotronde op een dramatische en veelbeschreven manier mis.

Gelukkig vond er in 2006 een veel positievere gebeurtenis plaats, die niet minder belangrijk was. Ik deed mee aan het Persoonlijk Kampioenschap van de SGS, net als Lennart Ootes. Hij is twee jaar jonger dan ik, maar hij schaakte ongeveer op mijn niveau en er gebeurde iets verrassends: we raakten in gesprek. Hij wilde hogerop komen en het leek hem wel wat om bij BSG te spelen. Zijn broertje Lars zou eventueel ook meekomen. De deal werd zo rond het Pinkstertoernooi, dat verrassend door Vincent Rothuis werd gewonnen, beklonken. Het was een prachtig moment. BSG was weer wat verjongd en BSG 2 had er twee sterke en ambitieuze (!) jeugdspelers bij. Dit betekende eveneens dat het spelerstekort van het team tot het verleden behoorde.

Het werd zelfs nog leuker toen ook de twintigers Jarno Witkamp en Ashley Krishnasing bij BSG gingen spelen. Jarno was bezig met de jonge BSG-jeugd, terwijl Ashley in de externe competitie meespeelde. Ze werden eveneens uitgenodigd voor de training, die nu met zeven man (!) wel erg druk werd. De trainingen werden nu "centraal" bij ons thuis gehouden, waar mijn moeder altijd haar uiterste best deed om iedereen van een drankje te voorzien. Vaak verschenen de koekjes - en anders de katten wel - in de loop van de training op tafel, waarna het helemaal een jolige boel werd.

Waar Lars meteen goed van start ging in de KNSB-competitie, had Lennart meer problemen. Hij verloor in de eerste seizoenshelft geregeld. Bij de trainingen, die vaak op de woensdag voor een KNSB-wedstrijd werden gegeven, had hij dan ook de behoefte om de partij van de vorige ronde te bespreken. BSG 2 had het dat seizoen ook wel erg zwaar. Na zes wedstrijden stond de teller nog steeds maar op één matchpunt. Degradatie leek onvermijdelijk, maar door nog een aantal uiterste krachtsinspanningen werd het verblijf in de derde klasse met nog een aantal jaren verlengd, zoals zou blijken. BSG 1, dat overigens in de eerste ronde SOPSWEPS had verslagen, kende nu minder problemen in de tweede klasse en promoveerde uiteindelijk.

In het seizoen 2007-2008 speelde BSG 1 dus weer in de eerste klasse. Daardoor waren er twee extra spelers nodig. Dat werden uiteindelijk Frans Borm, een bridgende IM die weer meer wilde schaken en Lars, die veruit de sterkste speler van BSG 2 was. Doordat Peter vanwege zijn intensieve opleiding als piloot geen tijd meer had om te schaken, promoveerde ik ook naar BSG 1. Lennart viel geregeld in. Op de trainingen van Leon bleven alleen nog de families De Groote en Ootes over. De broederrivaliteit leidde tot bizarre confrontaties, waarin onder andere "verschillen in strategisch inzicht" werden uitgevochten tussen de gebroeders, net zolang totdat er een variant werd gevonden die aan duidelijkheid niks meer te wensen overliet.

Hoewel BSG 1 zichzelf als doel had gesteld om zich te handhaven, verliep het seizoen boven verwachting goed. De ene na de andere wedstrijd werd (nipt) gewonnen. Dit kwam vooral door de opvallende prestaties van de jeugdspelers. Zo scoorde Lars 8 uit 9 en Ewoud 7½ uit 9. Ongekende scores voor de eerste klasse. Overigens droeg ook Ton van der Heijden met 8 uit 9 voor een belangrijk deel bij aan de promotie. Het betekende dat BSG 1 binnen een jaar tijd tweemaal promoveerde.

Voor de meesterkl
asse werd getracht om binnen het budget versterkingen te vinden. Dat werd Vincent Rothuis, een bevriende schaker uit Doetinchem. Verder moest BSG 1 met dezelfde spelers als een jaar eerder proberen te verrassen. Dat lukte niet erg goed. Vooral Lennart Ootes en Ewoud de Groote kregen klappen in deze sterke klasse. Vincent behaalde eind 2008 eindelijk de felbegeerde IM-titel, maar haalde bij BSG niet meer het niveau van vroeger. Lars deed het van de jeugdspelers nog het best met 3½ uit 9, waaronder een mooie overwinning op Jelmer Jens in de laatste ronde. Uiteindelijk ging BSG, met mascotte Whisky, roemloos ten onder in de meesterklasse.

Het meesterklassejaar zou het laatste jaar zijn waarin de BSG-jeugd training kreeg van Leon Pliester. Het bleek niet goed meer te organiseren, doordat we steeds verder over het land verspreid raakten door de studies.

2009-nu
In het seizoen 2009-2010 speelde BSG weer in de eerste klasse. We hoopten natuurlijk weer tot hetzelfde in staat te zijn als twee jaar daarvoor, maar uiteindelijk werden we tweede na een wisselvallig seizoen. Positief is het aantrekken van de Oekraïense Grootmeester Aleksandar Berelowitsch, die Hans Ree heeft vervangen. Hij traint Lars en Ewoud.

De laatste jaren heeft de BSG-jeugd goed van zich doen spreken. Tijdens het ONJK van 2009 declasseerden Lars en Ewoud het veld. Lars werd kampioen met een half punt voorsprong. Ook werd Lars in 2010 Nederlands Jeugdkampioen in de A-categorie. Daarnaast behaalde hij nog twee IM-normen in Wenen 2009 en bij de Young Masters in Enschede 2010, maar zijn beste toernooi speelde hij in Dieren in 2009, waar hij tegen te weinig buitenlanders had kunnen spelen om een GM-norm te behalen. In dat toernooi versloeg hij onder andere Friso Nijboer en Dimitri Reinderman.

In 2009 is de KNSB begonnen met het promoten van internetschaak. Begin 2009 werd het eerste NK Internet gespeeld en op het eind van het jaar begon de Internetclubcompetitie. BSG speelde daarin met de vijf jeugdspelers in het eerste team plus Vincent Rothuis. Hoewel het zeker niet gemakkelijk ging, werd BSG de eerste Internetclubcompetitiekampioen!

Ook bestaat het KNSB-bekerteam sinds het seizoen 2009-2010 uit de gebroeders De Groote en Ootes. Het jeugdteam versloeg met opvallend gemak Paul Keres, om uiteindelijk tegen HSG pas te moeten buigen. De "BSG-beertjes" hebben dus heel wat in hun mars. Hopelijk gaat BSG hier nog jarenlang plezier aan beleven.

Gerelateerde artikelen:
Het jubileumboek; 02-09 2010

13-09-10

De rechtse media

Wilders, de nieuwe Churchill

Eergister was het negen jaar geleden dat twee vliegtuigen miraculeus het WTC met de grond gelijk maakten. Het was voor Geert Wilders een mooi moment om uit de sleur van de saaie coalitieonderhandelingen te komen door een toespraak te houden tegen een islamitisch centrum bij Ground Zero. Hoewel hij de toespraak lang van tevoren had aangekondigd, leek hij de tekst voor de speech pas in het vliegtuig te hebben bedacht. Hij begon ook maar met de gevleugelde woorden "No mosque here". Daarmee kon hij bij zijn tweeduizend aanhangers al geen kwaad meer doen. Vervolgens brabbelde hij in zijn beste steenkolenengels de tijd vol met woorden waar hij geen buil aan kon vallen. Het enige creatieve aan de speech was zijn oproep om New York geen New Mekka/Mecca te laten worden. Hij zal er wel niemand mee overtuigd hebben, maar hij was door de Wildersgeile media in eigen land toch weer vol in de publiciteit gekomen.*

In Amerika werd er lauwtjes gereageerd op de speech. Dat kwam ook omdat hij zich in een dusdanig extreem-rechts gezelschap bevond dat zelfs de Amerikaanse media hem links lieten liggen. En geef ze eens ongelijk, want welke Amerikaan kent nou de overmatig geblondeerde politicus uit een land waar ze nog nooit van hebben gehoord? Desondanks werd Wilders de nieuwe Churchill van Amerika genoemd. Church ill? Ik heb Wilders nooit een nare opmerking over kerken horen maken. Daarom lijkt Mosque ill me een veel betere naam.

Ochtendspits

Van de Nederlandse media werd altijd beweerd dat ze "links" zijn. Wie dat nu nog durft te beweren, mag van mij direct voor gek worden verklaard. Om van het - m.i. onterechte - imago af te komen, ging de hele publieke op de schop. Het resultaat is dat goede, degelijke programma's opeens door schreeuwerige, betweterige Telegraafomroepen worden gepresenteerd. Een goed voorbeeld daarvan is het Goedemorgen Nederland, dat is vervangen door Ochtendspits. Het programma schijnt zich te presenteren als een "mengeling van nieuws en informatie met een rechts geluid." Wat het nut van een rechts geluid bij het presenteren van nieuws is, weet ik niet. Het lijkt te betekenen dat de Telegraafjournalisten uitgebreid hun zegje op TV mogen doen.

De eerste reacties lijken vooralsnog niet positief. Ik besloot het programma het voordeel van de twijfel te geven. Ik kijk het programma alleen op maandag, want dan moet ik vroeg uit de veren. Vorige week begon het al meteen goed met Telegraafjournalist John van den Heuvel die vrijuit kon lullen over Joran van der S. De andere uitzendingen heb ik in ieder geval voor het grootste gedeelte gemist, maar ik heb begrepen dat het allemaal wel erg amateuristisch was. Zo was er een reporter die mensen moest ondervragen en bij een bushalte ging staan waar niemand kwam. Ook was er een interview met Mark Rutte, waar ons troetelkind weer lekker mocht brallen zonder dat hij werd tegengesproken. Is "rechtse media" een synoniem voor "kritiekloze media"?

Natuurlijk zijn er vroeger ook niet al te succesvolle veranderingen doorgevoerd bij de publieke omroep. Neem de samenvattingen van de Eredivisie. Die waren bij de commerciële zenders in betere handen dan bij de NOS. Anno 2010 zijn de samenvattingen nog steeds niet best. Een gemiste kans. Maar de uitzending van Ochtendspits van vandaag was wel heel slecht. Natuurlijk kun je van zo'n Telegraafzender verwachten dat ze beginnen met onderwerpen die bij hun publiek (ik ga geen open deuren intrappen over Telegraaflezers) scoren. Dus het begon met een langdradig item over een foetus die in container was gedumpt. Heel boeiend allemaal, maar het echte nieuws bleef onderbelicht. Wel was er een correspondente in Amerika die een tekstje over Wilders oplas via een zeer slechte skypeverbinding. Halverwege de monoloog viel de verbinding uit. Even later was de verbinding weer hersteld en hield ze precies hetzelfde fantasieloze verhaal. Toen was het wel weer tijd en had ik genoeg gezien. Gelukkig zendt RTL 4 ook 's ochtends het nieuws uit.

Tja, dit is het niveau van onze publieke omroep tegenwoordig. De samenleving verloedert. De vele technische innovaties die het leven er een stuk makkelijker op hebben gemaakt, zijn uiteindelijk onze ondergang. We stompen hierdoor steeds verder af en we worden steeds onverdraagzamer naar elkaar toe. In deze individualistische maatschappij worden bevolkingsgroepen tegen elkaar uitgespeeld en laat een groot deel van de bevolking zijn oren hangen naar onfatsoenlijke schreeuwers. Jammer genoeg glijdt de publieke omroep, het laatste anker tegen het failliet van onze samenleving, eveneens af naar een bedenkelijk peil. En Wilders maar beweren dat de islam voor alle ellende zorgt... Nee, ik wil de "linkse media" terug!

* Als ik meer dan tien lezers zou hebben, stop ik met dit soort artikelen te publiceren.

Gerelateerde artikelen:

12-09-10

Monza weer typisch Monza

Met Alonso wint Ferrari eindelijk weer in Italixc3xab

Na de GP van België leek het erop dat Luis en Webber de enige overgebleven titelkandidaten waren, want zij scoorden, waar de concurrentie puntloos bleef. In Monza bleek dat die conclusie wat al te voorbarig was. Ferrari reed namelijk een thuiswedstrijd, een gevaarlijk wapen. Het snelle circuit bleek de Ferrari's goed te liggen, terwijl de Red Bulls tegenvielen.

Het grootste gevaar voor Ferrari kwam dan ook niet van Red Bull, maar van McLaren. De McLarencoureurs gingen de strijd aan met een geheel verschillende set-up  Hoewel Monza een enorm snelle baan is, dacht Luis het F-duct, dat was ontworpen om de luchtweerstand te verminderen op de rechte stukken, niet nodig te hebben. Teamgenootje Button reed wel met het snufje en stak daarmee zijn teamgenootje de loef af. Hij nestelde zich netjes tussen de Ferrari's in op de tweede plaats, waar Luis het met een teleurstellende vijfde plaats moest doen. Alonso pakte de pole in een strakke tijd, Massa moest het doen met de derde tijd. Webber kwalificeerde zich op de vierde plaats en hield daarmee de schade beperkt. Fattle kwam niet verder dan een teleurstellende zesde plaats en onderstreepte daarmee de slechte vorm van Red Bull.

Red Bull was dus voor de tweede keer echt op snelheid geklopt. Eerder dit jaar gebeurde dat in Canada. In de overige races was de wagen overduidelijk de snelste van het veld, maar dat resulteerde niet in een onoverbrugbare voorsprong voor de Red Bull-rijders. Het huidige gebrek aan snelheid deed dan ook het ergste vrezen voor de race.

Race
In de eerste ronde wordt de rol van de WK-leiders Luis en Webber helemaal gemarginaliseerd. De McLarens zijn goed weg. Button passeert Alonso, terwijl Luis naar de vierde plek oprukt. Webber komt opnieuw (!) niet goed weg en wordt door zes man om de oren gereden in de openingsronde. De eerste ronde komt hij als negende door, wat betekent dat hij geen enkele invloed meer kan uitoefenen op wat er vooraan gebeurt. Zijn geluk is echter dat Luis dan al in de grindbak staat. Hij is gretig bij de start, wanneer de Ferrari's het met elkaar aan de stok hebben. Luis hoopt nog een positie te kunnen winnen, maar als de Ferrari's zich traag door de tweede chicane wurmen, raakt hij met zijn rechter voorwiel de wagen van Massa. De botsing ziet er wat onschuldig uit, maar meteen is het duidelijk dat het goed mis is: de ophanging is gebroken en Luis gaat in bocht drie rechtuit doordat zijn voorwielen allebei de andere kant op wijzen. Ironisch genoeg was het dezelfde bocht waar hij vorig jaar in de laatste ronde crashte.

Voor Button is de bocht juist van belang om Alonso achter zich te houden. Ondanks de vele rechte stukken die Monza kent, rijdt hij met veel vleugel. Normaal gesproken rijdt iedereen op Monza het liefst met zo weinig mogelijk vleugel, om een zo hoog mogelijke topsnelheid te hebben, maar blijkbaar kan Button door het F-duct ook nog zeer acceptabele rondetijden rijden met zijn aparte afstelling. Hij moet zijn winst pakken in de bochten achter op het circuit. Op het rechte stuk van start/finish zijn de Ferrari's weer beduidend sneller. Iedere ronde komt Alonso bij het aanremmen voor de eerste chicane weer akelig dichtbij, maar tot een inhaalactie komt het nooit.

En dat is eigenlijk ook veelzeggend. Ondanks dat Alonso op het rechte stuk naar zijn voorganger toe kan "rennen" (zijn topsnelheid is vijftien kilometer per uur hoger), blijft een inhaalactie uit. De inhaalacties zijn in de race ook bijna op één hand te tellen. Het is dat Subtiel een vroege (en door de regie gemiste) pitstop maakt en zich daardoor een weg moet banen door de loserbrigade, maar heel veel andere passeeracties zijn er niet. De Red Bulls kunnen zich ook niet onderscheiden. De Renaultmotor zou niet goed genoeg zijn, maar Button toont juist aan dat je ook zonder al te veel topsnelheid bovenin kunt meedraaien.

Voor Fattle lijkt de race erop te zitten als hij plotseling veel snelheid verliest. Webber passeert hem en ook Shoeface komt dichterbij. Fattle klaagt over een motor die het aan het begeven is, maar plotseling heeft hij zijn oude tempo weer hervonden. Probleem opgelost en hij heeft zijn teammaat er een goede dienst mee bewezen. Zou het een teamorder zijn? Dat zou dan wel de eerste teamorder in het voordeel van Webber zijn dit jaar.

Vooraan is er een vreemd soort spanning. Alonso volgt Button op de voet. Steeds verliest hij tijd in de bochten, om op de lange rechte stukken weer de aansluiting te vinden. Hoewel het verschil tussen de twee steeds één à twee seconden is, wordt Button niet bedreigd. Rondenlang rijden de wagens achter elkaar, zonder dat er wat gebeurt. Het wachten is dus op de pitstops.

Dat de bandenslijtage in Monza bijna geen rol speelt, blijkt wel uit de pitstopstrategieën. De verplichte bandenstop wordt door de meeste coureurs erg lang uitgesteld. Net als vroeger, in de tijd dat de kwalificatie nog bestond uit twaalf rondjes in een uur en bijtanken in de race nog was toegestaan, werd de enige pitstop uitgesteld tot ongeveer na twee derde van de race. Het is Button die als eerste van de koplopers binnenkomt. Zijn pitstop is echter - op zijn zachtst gezegd - matig en als Alonso de volgende ronde de pitsstraat uitraast, weet hij de McLaren net voor te blijven. Massa, die de koplopers de hele race op een paar seconden volgt, rijdt dan aan de leiding. Hij stopt een ronde later dan zijn teammaat en blijft derde. Misschien had Ferrari er nog meer uit kunnen halen door Massa nog langer te laten doorrijden.

Dat doet Fattle in ieder geval wel. Hij rukt op naar de vierde plaats en op de "oude" banden rijdt hij goede rondetijden. Hoezo was de Red Bull te traag? Fattle is sneller dan Massa, terwijl hij zijn voorsprong op Rosberg ook steeds verder vergroot. Ondertussen zit Mark Webber met Nico Hülkenberg te vechten. De Duitser rijdt een goede race, maar snijdt - tot woede van Webber - ook vaak de chicanes af. Pas na veel moeite is Webber de Williams voorbij, maar beter dan een zesde plaats wordt het niet. Fattle maakt zijn pitstop in de voorlaatste ronde en behoudt daardoor zijn vierde plaats. Een slimme strategie dus, maar helaas voor de verkeerde coureur, zou je vanuit het perspectief van Red Bull kunnen zeggen.

Na de pitstops rijdt Alonso onbedreigd naar de overwinning. Button kan hem één rondje volgen in de slipstream, maar hij weet ook dat hij de Ferrari nooit kan inhalen vanwege zijn lage topsnelheid. Alonso rijdt in het vervolg ook weg, al beleeft hij nog wel een schrikmomentje als hij een paar ronden voor het einde bij de eerste chicane rechtdoor gaat. Het maakt echter niet meer uit. Met een voorsprong van drie seconden wint hij de wedstrijd. Massa eindigt vlak achter Button als derde. Zodoende finishte de top 3 in dezelfde volgorde als waarin ze begonnen en kon het feest in Italië beginnen.

Daarmee kwam een eind aan een vrij gewone GP van Italië. De race duurde niet veel langer dan vijf kwartier, waarin weinig spannende momenten waren en waar de positiewisselingen ook nu weer in de pits plaatsvonden. Dat was toch niet de bedoeling van het nieuwe reglement. Eén van de oorzaken van deze matte vertoning waren de banden, die dit keer niet genoeg sleten, waardoor de pitstops enorm werden uitgesteld. Zo is er ook altijd wel weer wat. Na afloop waren de tifosi uitzinnig van vreugde. Ze hadden eindelijk weer wat te vieren. En Alonso? Die pakte 25 dure WK-punten, waardoor hij Webber op 21 punten nadert. Luis staat nog tweede met 182 punten, vijf minder dan Webber. Ook Button doet weer mee: hij staat maar één punt achter Alonso. Tot slot doet Fattle met 163 punten ook nog steeds mee om de titel. Hoeveel kanshebbers zullen er nog zijn in Appie Dappie?


Links:



Gerelateerde artikelen:

07-09-10

Christelijk Beleid


Zoals u allen weet kent het Nederlandse bestel drie uitgesproken christelijke politieke partijen. Toch stemmen niet alle christenen op deze partijen, hoewel het vaak wel vanzelfsprekend lijkt. Vaak rijst dan de vraag bij christenen die wel op een christelijke partij stemmen of je dat als christen wel kunt doen. Dit omdat er altijd wel (althans binnen het Nederlandse bestel) een aantal punten in de programma's staat, vooral op de (medisch-)ethische gronden, die vaak als niet in lijn met de Bijbel gezien worden. Toch denk ik dat dit wel kan, ik zal hieronder daarom proberen uit te leggen waarom ik bijvoorbeeld op GroenLinks stem.

Net als de meeste dispuutsleden vind ik het, als christen, erg belangrijk dat er in Den Haag en de andere lagen van het politieke bestel een in mijn ogen christelijk geluid doorklinkt in de besluitvorming. Ik vind het van belang dat de (Bijbelse) waarden die ik belangrijk acht ook in het beleid zichtbaar worden, en om dat te bereiken wil ik graag op een politicus stemmen die dit geluid laat horen. 

In de Bijbel vind ik zeer duidelijk een solidair geluid doorklinken. Zo zijn de tienden een duidelijk deel van een aantal wetten en is omzien naar de naaste een waarde die in de evangeliën zeker doorklinkt. Dit is een van de redenen dat ik dan ook graag zie dat een politieke partij een progressief belastingstelsel nastreeft waarbij de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen. De overheid heeft mijns inziens de beste positie om te zien waar onze minder rijke naasten ondersteuning nodig hebben en ik denk dat we hen via die weg het effectiefst helpen kunnen. Een overheid die dus omziet naar de burgers in het land. Dit idee vind ik in de politiek van GroenLinks zeker terug. Met vooruitstrevende maar goed doordachte plannen heeft GroenLinks denk ik als een van de weinige partijen een sluitende èn sociale alternatieve begroting gepresenteerd waarin daar zeker aandacht voor is. 

Omzien naar de naaste betekent, mijns inziens, naast de naaste in je eigen land, ook omzien naar de naaste in de rest van de wereld. En dat is iets wat getuige de armoede in de derde wereld, nog steeds veel te weinig gebeurt. Ik ben van mening dat het systeem van huidige ontwikkelingssamenwerking veel te ver tekort schiet wat betreft het effectief oplossen van het probleem. Als Nederland zijn we o zo trots dat we wel 0,7% van ons BBP aan ontwikkelingssamenwerking uitgeven, maar dat is helaas niet genoeg wanneer het systeem dat de armoede veroorzaakt (naar mijn mening) niet wordt aangepakt (ik doel op protectionisme). Helaas zijn er maar weinig partijen die daadwerkelijk concrete plannen hebben om dit systeem op een andere manier in te vullen. Er staan bij hen duidelijke strengere doelstellingen in het beleid op het vlak van internationale samenwerking. Deze hebben als doel de economische positie van de ontwikkelingslanden landen sterk te verbeteren. Centraal staan hierbij de millenniumdoelen en een wereldwijd integraal milieubeleid. Dit met in ogenschouw gehouden de rol van samenwerking onderling. GroenLinks ziet kansen in een verhoging van het budget, waarbij Milieu nauw verweven is met de millenniumdoelen. 1,5% van het BBP wordt hierbij geraamd. Echter duidelijk op een andere wijze dus dan dit nu besteedt wordt. (vb. vredesmissies vallen niet onder ontwikkelingssamenwerking) (U kunt me over dit onderwerp vragen op een ander moment, maar ik vrees dat dat iets te uitgebreid wordt voor een stukje op deze weblog). 

Daarnaast staat GroenLinks ook niet per definitie negatief tegenover een toetreding van Turkije tot de EU, iets wat ik ook zeker verstandig acht. Natuurlijk zijn er enkele problemen die moeten worden opgelost voordat Turkije een volwaardig lid kan worden van de unie, maar met de economische mogelijkheden van het land, en de strategische positie van Turkije kunnen we in de toekomst denk ik een belangrijke stap zetten van een economisch sterk blijvende unie. Het feit dat er in Turkije veel moslims wonen, hoeft mijns inziens geen probleem te zijn, aangezien ook zij een (zeer) strikte scheiding tussen kerk en staat kennen. 

Een belangrijk ook ontwikkelingssamenwerking-gerelateerd onderwerp dat GroenLinks prominent in haar beleid verwerkt heeft is het immigratie- en vreemdelingenbeleid. GroenLinks is een van de weinige partijen die de immigratiestroom vanuit de ontwikkelingslanden weinig willen inperken. (d.w.z. gereguleerd laten doorgaan), Een punt waarmee ik het absoluut eens ben. Vaak gaat het hier om zeer gemotiveerde mensen die hier aan het werk willen. Iets wat we, mijns inziens, alleen maar moeten bevorderen. Zo worden de gaten op de markt waar nu een tekort is (laaggeschoold werk) opgevuld, en krijgen deze mensen een betere toekomst. En zeker in een aantrekkende economie is dit handig. Wel staat GroenLinks een actieve integratieprocedure voor met aandacht voor de mensen. Iets wat door veel partijen toch wat minder de aandacht krijgt. Het kijken in kansen is kenmerkend voor het beleid van GroenLinks is hier bepalend, en dat spreekt me aan. 

Een laatste punt dat ik kort wil aanstippen is het milieubeleid dat ik ook een belangrijk politiek issue vind. Als mensen hebben we vanuit de Bijbel een duidelijke rol gekregen als rentmeesters van Gods schepping. Ik vind het daarom belangrijk dat er in beleid een duidelijke lijn gevolgd wordt waarin die verantwoordelijkheid van de mens voor een leefbare wereld terugkomt. Helaas kent bijna geen van de partijen in de kamer, naar mijn mening, een dergelijk beleid, met uitzondering van GroenLinks en in iets mindere mate de ChristenUnie. Natuurlijk zijn er sinds de film "An inconvenient truth" en de alarmerende rapporten van het IPCC in alle partijprogramma's meer aandachtspunten opgenomen, maar eigenlijk alleen GL en CU hebben zeer verregaande maatregelen, ook in eigen land, opgenomen die een echte voortrekkersrol voor NL zien wat milieubeleid betreft. 

Mensen met wie ik het over dit onderwerp gehad heb vragen me vaak naar aanleiding van een gesprek over stemgedrag, waarom ik uiteindelijk niet op ChristenUnie stem, omdat ook in hun programma zeker veel overeenkomsten voorkomen met dat van GroenLinks. Op zich is dat een vrij lastige vraag, maar zoals eerder al een beetje aangegeven is er een aantal kleine verschillen dat voor mij de doorslag geeft:

... Het standpunt ten opzichte van Turkije van de CU
... De visie op Europa
... Accenten in het sociale zekerheidsbeleid
... Visie op ontwikkelingssamenwerking 
... Milieubeleid 
... Immigratie, en vreemdelingenbeleid

Natuurlijk kent GroenLinks echter ook een aantal punten in haar beleid die in veel mensen hun ogen niet goed samengaan met de Bijbelse waarden. Dit zijn naar mijn mening inderdaad belangrijke waarden. Ik vrees alleen dat je, al zou je deze waarden liefst uit een verkiezingsprogramma als dat van GroenLinks hebben, deze punten nooit uit het huidige Nederlandse beleid dat er al is zult kunnen krijgen, aangezien meer dan de helft van de kamer en bevolking voor, of niet tegen de huidige wetgeving is. Uiteindelijk denk ik dus dat je op andere punten waarin nog wel een, in mijn ogen, christelijk beleid mogelijk is  in dit land, zeker aandacht moet vragen voor een christelijker beleid. En ik denk dat voor de punten die ik belangrijk vind, GroenLinks het best mijn standpunten verwoorden kan.

Rvv, 2008

PS. Ik ben niet verantwoordelijk voor mogelijke spelfouten of feitelijke onjuistheden in dit artikel.

Gerelateerde artikelen:

06-09-10

Het schooljaar is weer begonnen...


Master
Vandaag is de dag dat de VU-studenten weer naar school gaan. Voor mij betekende dat dat ik kennismaakte met de master. In een klein klaslokaaltje verzamelde zich een een grote groep studenten. De meeste gezichten herkende ik niet. Behalve mijzelf waren er slechts vijf oud-A&E-studenten op het introductiecollege aanwezig.

Waar de lessen over gingen? Ik heb geen idee. Het begon met een vak over micro-economie. Na een slaapverwekkende introductie over allerlei randzaken, passeerden de wiskundige formules in een razend tempo de revue. Steeds meer verloor ik mijn aandacht. De seconden tikten traag weg. Het tweede vak ging over statistiek. Ook hier vlogen de formules en de afkortingen (!) me om de oren. Zo wordt er in Nederland lesgegeven: niemand hoeft het te snappen, als de docent(e) de hele tijd maar aan het praten is.

Naast de hoorcolleges zullen er ook nog werkcolleges zijn. Hiervoor ben ik in een groepje ingedeeld met allemaal mensen die ik nog nooit eerder heb gezien. Dat zou een goede leerschool zijn voor later, zo werd beweerd, want dan kom je ook bij mensen terecht die je niet kent. Maar hoe kom je erachter wie je groepgsgenoten zijn? Juist in deze tijd heb ik behoefte aan contact met m'n klasgenoten van vroeger en juist nu kan ik niet fijn clusteren. De deadline van de eerste opdrachten nadert snel.

Dat zal nog even zonder boek moeten. In de boekhandel van de VU was het net als in de trein en in de klas druk. Heel erg druk. De wachtrij voor de kassa strekte zich helemaal tot de benedenetage uit. De eerste dag van het schooljaar is inderdaad de drukste dag van het schooljaar. Iedereen is nog vol goede moed, maar al snel knappen de eersten af. Gelukkig maar, denk ik dan, want de VU is niet berekend op zo'n grote hoeveelheid studenten. Aan de andere kant hoop ik niet dat ik bij de groep afvallers hoor...

Wilders

Volgens Wikipedia is Geert Wilders vandaag jarig. Precies 47 jaar geleden kwam de geblondeerde politicus in Venlo ter wereld. Het is een spannende tijd voor hem. Afgelopen week strandde de formatie met zijn partij en de VVD en het CDA. De interne verdeeldheid bij het CDA was voor Wilders een mooie gelegenheid om de weg van de minste weerstand te volgen en de stekker eruit te trekken: in tegenstelling tot wat hij verkondigde, wilde hij helemaal niet regeren. Liever zit hij in de oppositie, waar hij kan doen wat hij altijd doet: schreeuwen en provoceren.

De linkse partijen waren gek genoeg ook opgelucht. Ze waren bang dat het gedoogkabinet er ook echt kwam. Het was immers hun bedoeling om de VVD op te zadelen met twee gedrochten van coalitiepartners, maar tot hun schrik lukte het formatieproces ook nog bijna. Het is misschien wel jammer dat Klink niet nog een paar weken heeft gewacht met zijn zorgen naar buiten brengen. Dan was het kabinet Rutte I meteen van verdeeldheid uit elkaar geflikkerd. Hopelijk had Nederland dan nog net kunnen kennismaken met het lachwekkende PVV-beleid.

Nu kan Wilders zich voorbereiden op een taak die hij met alle plezier zal vervullen: een middenkabinet onder vuur nemen. Maar er wacht gevaar: Rutte wil een proeve van een regeerakkoord schrijven, waar rechts Nederland likkebaardend naar zou uitkijken. Grote kans dat hij het CDA en de PVV daarmee verleidt om toch weer mee te doen. Geen idee of er dan weer zo'n gedooggedrocht komt, of dat Wilders dan wel echt mee gaat regeren. Regeren betekent namelijk dat Wilders veel kritiek kan verwachten en daar kan hij slecht mee omgaan.

Formatie

Vreemd is wel dat de PVV-kiezers zich steeds zo roeren. Na de verkiezing vond men dat de VVD en de PVV moesten gaan regeren, omdat de ene partij de grootste was en de andere partij de grootste winnaar. Bij iedere coalitie waar de PVV niet in zit, wordt gezegd dat 1½ miljoen kiezers niet worden gerespecteerd. Een kulargument. Bovendien was er geen haan die kraaide naar hoe de anderhalf miljoen kiezers van de SP bij de vorige formatie buitenspel werden gezet. Sterker nog: men vond dat de SP het aan zichzelf te danken had.

Ook nu speelt de SP een rol in de marge. Vreemd is het wel. Waar de VVD graag met de PVV optrekt vanwege het electoraat, negeert de PvdA de SP consequent om dezelfde reden. Blijkbaar is de Nederlandse kiezer in en in rechts en kunnen de linkse partijen niet anders doen dan de schade beperken door naar het midden op te schuiven en door coalities aan te gaan met rechtse partijen. De SP is zodoende de linksbuiten in het politieke voetbalveld geworden.

Links Nederland zit sinds het begin van het nieuwe millennium in een flinke dip. De economische crisis en de angst voor moslimterrorisme zorgen ervoor dat de schreeuwers de macht hebben. Ik vraag me al jaren af waarom links niet wat meer van zich laat horen, waarom ze niet wat meer van zich afbijten. De hypocrietcrisis was een goede gelegenheid om rechts Nederland een flink pak slaag te geven, net zoals de politieke steun aan de Irakoorlog en het onzinnige verblijf in Afghanistan, alleen maar om een wit voetje te halen bij de Verenigde Staten. Maar links is stil. Te fatsoenlijk? Of levert die diplomatieke houding op de langere termijn aanzien op?

Eén ding is wel belangrijk: de economie moet uit het dal. Nadat de internetbubbel was doorgeprikt, bleven de beurzen nog jarenlang kwakkelen. De economische opleving van 2006-2008 was het enige lichtpuntje in deze donkere periode. Helaas kwam aan deze opleving een abrupt einde door de hypocrietcrisis, waar we nu weer langzaam uit herstellen. Misschien komen we deze dynamiek de komende eeuw wel vaker tegen, met veel economisch gekwakkel, waarin de economie zich langzaam herstelt, gevolgd door weer een crisis. Terwijl de economie in de westerse wereld al jaren aan het kwakkelen is, ontwikkelen landen als China zich wel spectaculair. Zullen de gunstigere jaren toch weer aanbreken?

Over én ding ben ik het wel eens met de rechtse partijen: er moet flink bezuinigd worden. De staatsschuld moet verminderd worden. Toch heb ik het idee dat er ook veel slechte bezuinigingen tussen zitten, zoals gerommel met eigen risico's, die alleen maar gezondheidsrisico's met zich mee zullen brengen. Om tot echte bezuinigingen te komen, zal er ook getornd moeten worden aan rechtse hobby's zoals de hypotheekrenteaftrek. Hier is pas echt veel geld mee te besparen. Als de paars-pluspartijen elkaar flink hadden uitgekleed, had er veel bezuinigd kunnen worden en betaalt iedereen mee. Dat dat ook ten koste zou gaan van de zwakkeren in de samenleving, lijkt me een mooie handreiking naar de VVD.

Helaas liep het anders. Rutte wenste geen gezichtsverlies te lijden en wierp een linie van piketpalen op. Dat er nu nog steeds geen kabinet is, daar is het land ook niet bij gebaat. Waarschijnlijk krijgt Wilders een herkansing, al vraag ik me af of de VVD nou echt wil samenwerken met die Sinterklazen. Jammer genoeg krijgt Job niet de kans veel van zich te laten horen. Het wordt eens tijd dat de PvdA het voortouw in de formatieonderhandelingen krijgt. Het is merkwaardig dat de partij die bij de verkiezingen een goede tweede was zo weinig macht heeft in de onderhandelingen.

In ieder geval zal Nederland nog wel een tijdje amper bestuurd worden. Met de kerst zal er wel een nieuw kabinet zitten, was de verwachting. Dat zal wel nodig zijn, als we geen tweede België willen worden. Maar welke partijen het kabinet gaan vormen, dat is een interessante vraag.

Gerelateerde artikelen:

04-09-10

De Nederlandse spelling


Final-obstruent devoicing

Het studiejaar staat weer voor de deur. De komende tijd zal ik veel worden geconfronteerd met de Engelse taal. Hoewel Nederlanders de Engelse taal over het algemeen heel aardig beheersen (al ben ik waarschijnlijk de uitzondering die de regel bevestigt xD), maken ze onbewust uitspraakfouten. Een goed (!) voorbeeld hiervan is de Engelse (harde) "g", die door Nederlanders vaak als een "k" wordt uitgesproken. Een beter voorbeeld is echter de zogenaamde "eindklankverscherping" (final-obstruent devoicing) die onterecht wordt toegepast op Engelse woorden. Zo is een website een wepsite, jazz is djes en good is koet. De meeste Engelstaligen maken zich hier wel een beetje schuldig aan, maar Nederlanders die Engels praten doen het wel heel opzichtig. Zo val je natuurlijk direct door de mand.

Hoewel het Engels voor het grootste gedeelte een Germaanse taal is, is het naar mijn weten de enige Germaanse taal zonder final-obstruent devoicing. Er zal ook wel een reden voor zijn dat in het Nederlands wel FOD aanwezig is. Het is denk ik makkelijker om botweg "hant" te zeggen dan "hand", of "ik hep" in plaats van "ik heb". Een nadeel is er natuurlijk ook: de spelling gaat afwijken van de uitspraak. Bovendien krijg je gedrochten van spellingsregels, zoals we zo dadelijk zullen zien.

Het kofschip
De eindklankverscherping treedt op bij zgn. "stemhebbende" medeklinkers, die in een "stemloze" tegenhanger kunnen veranderen. Ooit weleens afgevraagd wat het verschil tussen de "v" en de "f" is? Hier is het antwoord. Je hebt die stomme kofschipregel immers niet voor niets uit je kop geleerd. Het kofschip lijkt te bestaan uit een willekeurige verzameling letters, die toevallig het woord "kofschip" (geen idee wat het is, eerlijk gezegd) vormen. Maar dat is het natuurlijk niet. Het kofschip bevat juist ALLE stemloze medeklinkers. Deze medeklinkers hebben een "harde" klank, die komt omdat de stembanden niet meetrillen wanneer ze worden uitgesproken.

De stemhebbende medeklinkers die door de eindklankverscherping worden aangetast zijn:

b -> p
d -> t
g -> ch
g -> k
v -> f
z -> s

Het verschil tussen de "b" en de "p" is meestal wel duidelijk te horen (behalve dus op het eind van een woord), net zoals het verschil tussen een "d" en een "t". Het verschil tussen de "z" en de "s" wordt door sommige sprekers (Amsterdam!) nauwelijks meer gemaakt, net als het verschil tussen de "v" en de "f" (zoals bij mij). Het verschil tussen de "g" en "ch" vond ik ook altijd moeilijk te ontdekken. Gelukkig biedt de FOD uitkomst: een "g" op het eind van een woord is altijd een "ch". In het woordje "gelukkig" is het verschil tussen de beide "g's" duidelijk te horen.
Daarnaast is er nog de "k". In het Nederlands komt zijn tegenhanger nauwelijks voor (het Nederlands koos ervoor om de wrijfklank te behouden, waar het Duits en Engels overgingen op de k-achtige g), wat in ieder een mogelijkheid tot FOD uitschakelt. De "Engelse" g komt in het Nederlands eigenlijk alleen voor in woorden als "zakdoek" en "dekbed" en natuurlijk in "goal".*

Clusters
Het onderscheid tussen stemhebbende en stemloze medeklinkers is van belang om de clustervorming van medeklinkers in onze taal te begrijpen. Waarom komt "sch" wel voor en "sg" of "zch" niet? De reden is dat medeklinkers graag overeen willen komen qua "stem". Zo worden de woorden "het vee" (een klassieker) als "het fee" uitgesproken, omdat de "t" van "het" als het ware heeft bepaald dat de volgende letter ook stemloos moet zijn. Ook in samenstellingen als raadzaam ("raatsaam") en dekbed ("degbed") beïnvloeden de medeklinkers elkaar. Daarom bevat een cluster als het even kan alleen maar stemloze medeklinkers:

School
Steen
Acht

De stemhebbende tegenhangers hebben minder de neiging te gaan clusteren. Overigens fungeren de stemhebbende (!) letters "l", "m", "n" en "r" als een soort lijm: zij kunnen overal bij geplakt worden:

Angstschreeuw
Schrift
Streep
Splijten

Kortom: de "l", "m", "n" en "r" hebben geen lastige spellingsregels nodig. Die zijn weggelegd voor het kofschip.

Spelling
Dat de Nederlandse spelling voor problemen zorgt, heeft naast FOD ook te maken met enkele lastige regels. Door de FOD kun je niet op je gehoor afgaan bij het bepalen van de spelling van bijvoorbeeld voltooid deelwoorden. Laten we eens kijken naar:

Hij hoort (stam+t)
Hij heeft gehoord (voltooid deelwoord: r -> rd)

In het geval van het voltooid deelwoord gaat de "stam+t" altijd naar het hulpwerkwoord. Het voltooid deelwoord krijgt ofwel een "d", ofwel een "t". Dit hangt weer af van het kofschip: na een stemloze letter komt de stemloze "t", na een stemhebbende letter komt een stemhebbende "d". Blijkbaar maakt het voor de spelling niet uit dat het Nederlands FOD heeft.

Problemen ontstaan er bij werkwoorden waarbij de FOD zich openbaart in de spelling. Dit zijn de werkwoorden waarbij de stam op een "v" of "z" eindigt. Blijkbaar is ooit besloten dat woorden in het Nederlands NOOIT op een "v" of "z" eindigen. De "v" en de "z" worden dus anders behandeld dan de "d", de "b" en de "g", die NOOIT worden vervangen door een "t", een "p" of een "ch".

De consequentie hiervan is dat er dit soort spellingsgedrochten ontstaan:

Verbazen, ik verbaas, ik ben verbaasd
Leven, ik leef, ik heb geleefd

De regel is immers dat de eindletter wordt bepaald aan de hand van de STAM van het werkwoord. Hierdoor klinkt de FOD wel door in de één-na-laatste letter van het woord, maar niet in de laatste letter, die ook niet eens overeenkomt qua "stem" met de voorgaande letter. De laatste letter moet in dit geval dus eigenlijk een "t" zijn!

Ergens is het raar dat de "v" en de "z" een aparte behandeling krijgen en in tegenstelling tot de "b", de "d" en "g" niet op het eind van een woord kunnen staan. Misschien komt dat doordat de "v" en de "z" probleemloos kunnen worden ingewisseld door de "f" en de "s" zonder dat er problemen ontstaan met de betekenis. Dat is bij de "g" en de "ch" juist wel een groot probleem. Denk maar aan lag en lach, ligt en licht. 

Aan de andere kant ontstaan er door FOD ook weer problemen met de verledentijdsvormen. Heeft niemand ooit problemen gehad met:

Leggen, ik leg, ik legde
Leggen, ik le[ch], ik le[cht]e

Ik in ieder geval wel! Dit is volgens mij een mooi staaltje progressieve assimilatie: de "d" verandert in een "t" door de ch-klank ervoor. Het omgekeerde komt ook voor: door de uitgang -de wordt de voorgaande klank juist weer stemhebbend.

Wanneer FOD ervoor zou zorgen dat alleen nog de kofschipletters in plaats van hun tegenhangers op het eind van een woord geschreven mogen worden, betekent dat dus heel wat voor de spelling en uitspraak (!) van de verledentijdsvorm. Aangezien op school vaak is verteld dat het toch echt "legde" is en niet "lechte", zullen de meeste mensen ook wel "legde" zeggen in plaats van "lechte". In dit geval zorgt een spellingverandering niet voor een correcte weergave van de uitspraak. Aan de andere kant kan de spelling van voltooid deelwoorden er makkelijker van worden, zonder dat het ten koste gaat van de uitspraakweergave: in een voltooid deelwoord dat op een "d" eindigt, staat die "d" daar altijd maar voor de sier. Geen hond die de "d" ook als een "d" uitspreekt**, dus in dat opzicht zijn de vele d/t-regeltjes een beetje zielig. Misschien is het een idee om bij de volgende spellingsherziening de spelling wat meer aan te passen aan de FOD? 

Conclusie
De spelling van een taal moet gebaseerd zijn op hoe de taal wordt uitgesproken en niet andersom. De Nederlandse spelling lijkt voorbij te gaan aan het feit dat Nederlanders hun eindklank automatisch verscherpen. Toch zijn er strikte richtlijnen of een woord nou op een "d" of "t" eindigt. Deze taalregels zijn niet op het gehoor te toetsen, waardoor Nederlanders er vaak mee de mist in gaan. FOD in de spelling laten doorklinken is een manier om deze spelfouten voor eens en voor altijd te elimineren.

* U begrijpt dat het hierbij om de uitspraak gaat en niet om de spelling.
** Al probeer ik dat sinds enkele maanden wel

Gerelateerde artikelen: